„De moderne mens is ontworteld door de rede en de stadscultuur. Redding ligt enkel in de terugkeer naar de bodem en het bloed, naar de donkere, diepe krachten die slapen in de ziel van het gewone volk.”
– Julius Langbehn
I. Wat wij onder nationalisme verstaan
Wij moeten eerst een misverstand uit de weg ruimen dat de oude rechterzijde decennialang heeft laten bestaan. Zij sprak wel van de natie, maar bedoelde de staat. Zij dacht in staatsgrenzen, in verdragen en in de eer van de vlag. Dat is staatsnationalisme: de leer van gisteren.
Voor ons is het volk geen product van de staat; het volk is de oorsprong. Het is de keten van geslachten die ons heeft voortgebracht en die wij doorgeven aan hen die na ons komen. Ons bloed, onze cultuur, onze taal, ons landschap en onze zeden — dat is onze volksaard.
Vandaar dat het volk voor ons de hoogste waarde is. Niet de mensheid, die een abstractie is. Niet het individu, dat een los fragment is. Niet de staat, die slechts een werktuig is. Het volk!
II. De staat dient het Volk
„Nog minder is het te begrijpen dat de mens zó voor de staat gemaakt zou zijn […]; want hoeveel volkeren op aarde weten van geen staat, en zijn toch gelukkiger dan menig gekruisigde staatsweldoener.”
— Johann Gottfried Herder
Een werktuig dient. Het heeft geen eigen eer. Wanneer een bijl bot wordt, slijpt men haar of vervangt men haar — men gaat niet voor de bijl bidden.
Een staat die het volk dient, noemen wij een volksstaat. Orde, recht, verdediging, scholing, brood en onderdak: daarvoor bestaat hij en daarbuiten nergens voor.
Daaruit volgt dat staatsgrenzen geen heilige lijnen zijn, maar de levensruimte van een volk omvatten. Waar een volk woont, moet het zichzelf kunnen besturen. Waar grenzen dat verhinderen, zijn zij onrecht. Omgekeerd geldt: een staat die zijn volk verliest — door massa-immigratie, omvolking of vervreemding — verliest zijn bestaansrecht, ook al blijft zijn grondgebied onaangetast.
III. Tegen het liberalisme
„Het liberalisme vernietigde de organische banden van standen en volk, om de geatomiseerde massa te creëren die zich gemakkelijk door partijen en kapitaal laat manipuleren.”
– Edgar Julius Jung
Het liberalisme stelt het individu centraal en verklaart de gemeenschap tot een toevallige som van losse individuen. De natie wordt dan een sociaal contract dat dagelijks opzegbaar is. De burger wordt een rechtssubject dat zijn rechten opeist en zijn plichten ontwijkt. Het volk verwordt zo tot een abstractie.
Herder vond voor die houding een beeld dat niets aan kracht heeft ingeboet:
„Het verzwemmende hart van de ledige kosmopoliet is een huis voor niemand.”
– Johann Gottfried von Herder
De kosmopoliet is de mens die alleen van zichzelf houdt en daarom nergens thuis is. Tegenover hem stellen wij de gewortelde volksgenoot, die weet waar hij vandaan komt en trouw is aan zijn gemeenschap. Het liberalisme is de vijand van die volksgemeenschap. Gedeelde afkomst vormt immers het fundament van elke echte gemeenschap.
IV. Tegen het fascisme
„Wij zoeken niet de heerschappij van een partij, maar de wederopbouw van de natie vanuit haar völkische oergrond.“ – Arthur Moeller van den Bruck
Men probeert ons vaak aan te praten dat wij fascisten zouden zijn. Het fascisme — Mussolini’s schepping en Italiaans van aard — vergoddelijkt echter de staat: „Alles in de staat, niets tegen de staat, niets buiten de staat.” De staat wordt een zedelijke totaliteit, het individu wordt daarin opgeslokt en het volk gereduceerd tot louter materiaal waarmee de staat zijn eigen grootsheid vormt.
Dat is een Latijns-, geen Germaans idee. Het volk hoort geen staats-‘volk’ te zijn, geen bevolking van een bestuursapparaat, maar een lotsgemeenschap — een gemeenschap van het lot die aan de staat voorafgaat.
De fascistische staat is een doel in zichzelf en daarmee een afgod. Wanneer hij zich vergist, heeft niemand meer het recht hem te corrigeren, omdat hij de maatstaf van alles is geworden. Wij daarentegen plaatsen de maatstaf buiten de staat: bij het volk. Elke staat, ook de onze, moet zich aan die maatstaf laten meten.
De liberaal stelt de staat boven het volk; de fascist stelt de staat in de plaats van het volk. Wij daarentegen stellen de staat ten dienste van het volk!
V. Liefde, geen haat
„Het vaderland bemint men niet omdat het groots is, maar omdat het het onze is. Deze liefde is geen product van de rede, maar een heilige, onvernietigbare dwang van het bloed, die ons ketent aan onze voorouders en nakomelingen.”
– Paul de Lagarde
Het volksnationalisme wordt door velen valselijk uitgelegd als een beweging van afkeer en haat. Dat is onjuist. Volksnationalisme is in de eerste plaats liefde: liefde voor de taal waarin men werd getroost, voor de akkers en bossen van de streek waarin men leeft en voor de volksliederen en monumenten van het volk waar men deel van uitmaakt.
Wie iets werkelijk liefheeft, hoeft de ander niet te haten. Ware liefde voor het geheel begint bij de liefde voor het eigene. Sterker nog: zelfliefde en gehechtheid veronderstelt een natuurlijke en organische verscheidenheid. Dat is geen sentiment, maar een natuurwet, zoals Herder treffend beschreef:
„Wonderbaarlijk verdeelde zij de volkeren, niet slechts door wouden en bergen, door zeeën en woestijnen, door stromen en klimaten, maar inzonderheid ook door talen, neigingen en karakters, juist om het de onderdrukkende alleenheerschappij moeilijk te maken.”
— Johann Gottfried von Herder
Een wereld die overal hetzelfde is, is een verarmde en tegennatuurlijke wereld. Daarom streven wij naar een Europa der volkeren: een Europa van vrije naties, waarin elk volk in zijn eigen huis woont en de ander in het zijne eerbiedigt. Niet een abstracte mondiale superstaat die alles gelijkschakelt, maar verwantschap in diversiteit en verscheidenheid. Ieder volk in zijn eigen waarde en op zijn eigen plek.
Daaruit vloeit ook ons volkssocialisme voort: de volksgenoot is geen los individu, geen concurrent, maar een broeder; wij zijn allen onderdeel van dezelfde familie. Wie het volk als hoogste waarde erkent, kan de tegenstelling tussen arm en rijk niet onveranderd laten bestaan.
„Wij noemen ons socialisten, omdat wij van mening zijn dat het privé-eigendom van productiemiddelen daar moet ophouden waar het de levensbelangen van het volk schaadt. De staat mag niet de dienaar van het kapitaal zijn, maar het kapitaal moet de dienaar van de natie zijn.”
– Helmuth Klotz
VI. Ons programma in vier beginselen
„Het volk is de door bloed, taal en zeden verbonden gemeenschap; de staat is slechts het omhulsel dat deze volkskracht beschermt. Een staat zonder volksgeest is een dood mechanisme, een lichaam zonder ziel.”
– Friedrich Ludwig Jahn
Vier beginselen dragen ons gedachtegoed:
VOLKSNATIONALISME — het volk als de hoogste waarde.
VOLKSSOCIALISME — de volksgemeenschap boven het kapitaal.
VOLKSSTAAT — zelfbeschikking en verantwoordelijkheid in plaats van partijgekrakeel.
NIEUWE ORDE — een natuurlijke orde die gebouwd is naar de eigen volksaard, niet naar een abstract kosmopolitisch importmodel.
Daarnaast staat wat volstrekt onopgeefbaar is: de zuiverheid van ons volkslichaam, de eerbied voor ons bloed en de bereidheid om daarvoor te strijden. Een volk dat zijn afkomst vergeet, vergeet immers zichzelf en verzaakt de zending die geen enkel ander volk voor hem kan vervullen.
„Het recht op voortbestaan is het eerste en hoogste recht van elk volk. Het staat boven elk geschreven recht, boven alle verdragen en boven de geboden van een abstracte mensheidsmoraal.”
– Wilhelm Stapel
0 reacties